Nieuws Leopoldsburg
Klooster Karmel

Dinsdag 25/8 Voor veel inwoners van onze gemeente doet het pijn aan het hart dat een groot deel van het klooster momenteel wordt afgebroken. Op de site komt er een wooncomplex waarbij de voorgevel van het klooster nog wel wordt bewaard. Eitjes brengen voor goed weer, dat zal niet meer gaan.
Opbouw Buitenbeenpop gestart

Maandag 24/8 In Hasselt is gestart met de afbraak van Pukkelpop en in Leopoldsburg is gestart met de opbouw van Buitenbeenpop. Voor de vele bezoekers is het aftellen tot vrijdag om hun favoriete artiesten te zien. En ongetwijfeld kijkt de organisatie ook naar de weerkaarten. Eitjes brengen naar de Klarissen is er immers niet meer bij. (foto's Sonja Bruggeman)
Tussen Heide en Garnizoen (2): Beverlo en Kaulille

Maandag 24/8 Dat had te maken met de opleiding en organisatie van Duitse militairen. Naarmate de oorlog vorderde, nam het belang van het kamp verder toe.
Na Stalingrad veranderde alles
Vooral vanaf 1943 veranderde de situatie. Na de zware Duitse verliezen aan het Oostfront, met de nederlaag bij Stalingrad als keerpunt, kampte het Duitse leger met een steeds groter tekort aan manschappen.
Nieuwe eenheden werden gevormd en jonge militairen kregen versneld een opleiding. Volgens Bogaert verschenen in Kamp Beverlo op een bepaald ogenblik duizenden jonge Duitse soldaten, onder wie jongens van amper 17 en 18 jaar.
Die massale militaire aanwezigheid bleef niet onopgemerkt. Informatie over wat in het kamp gebeurde, bereikte via het verzet ook Londen.
Daarop volgden geallieerde bombardementen. Een deel van de historische militaire infrastructuur ging daarbij verloren.
Na de bevrijding: duizenden geïnterneerden
Met het einde van de oorlog was de bewogen geschiedenis van het kamp allerminst voorbij.
Vanaf juli 1945 werd in Beverlo een interneringscentrum ingericht. Na de bevrijding werden in België tienduizenden mensen opgesloten die verdacht werden van collaboratie of daarvoor vervolgd werden.
Ook Kamp Beverlo werd daarvoor ingezet. Het Interneringscentrum Beverlo bevond zich in het oostelijke deel van het kamp, dicht bij het oefenterrein.
Volgens Bogaert verbleven er gedurende bepaalde periodes voortdurend ongeveer 3.000 tot 3.500 geïnterneerden.
Het centrum bleef bestaan tot 1950. Daarna werd het in overleg tussen Justitie en Landsverdediging ontruimd. De resterende gevangenen werden vrijgelaten of naar andere gevangenissen en instellingen overgebracht.
Wederopbouw
Na de bombardementen en de oorlogsschade moest een deel van Kamp Beverlo opnieuw worden opgebouwd. Tussen het einde van de jaren veertig en het begin van de jaren vijftig verschenen nieuwe militaire gebouwen.
Tegelijk bleef de historische structuur van het enorme domein herkenbaar. De weg tussen Hechtel en Leopoldsburg verdeelde het militaire gebied in grote lijnen in verschillende zones, met onder meer schietterreinen en oefengebieden.
De omvang van het militaire domein verklaart waarom de geschiedenis van Kamp Beverlo niet alleen een verhaal van Leopoldsburg is. Ook omliggende gemeenten werden er rechtstreeks of onrechtstreeks door beïnvloed.
Van Beverlo naar Kaulille
Voor het publiek in Bocholt was vooral het laatste gedeelte van Bogaerts uiteenzetting bijzonder herkenbaar. Hij besteedde namelijk ook aandacht aan de voormalige militaire kazerne in Kaulille.
Kort voor de Tweede Wereldoorlog werd daar een kazerne gebouwd voor de grenswielrijders. Die eenheden moesten mee instaan voor de bewaking van de Belgische grenzen en konden zich dankzij de fiets relatief snel verplaatsen.
Bij de kazerne kwamen ook woningen en andere voorzieningen.
Tijdens de Duitse bezetting kreeg de site opnieuw een militaire bestemming. Bogaert wees daarbij op de aanwezigheid van eenheden die samengesteld waren uit militairen afkomstig uit gebieden van de Sovjet-Unie en die onder Duits bevel stonden.
Nieuwe onderofficieren nodig
Na de bevrijding stond het Belgische leger voor een enorme opdracht. Niet alleen de infrastructuur moest worden hersteld, ook het militaire kader moest opnieuw worden opgebouwd.
Er was dringend behoefte aan goed opgeleide officieren en onderofficieren.
Voor de opleiding van die onderofficieren viel het oog op Kaulille. Op 19 september 1945 ging er een school voor onderofficieren van start. De kazerne vormde daarbij een tijdelijke oplossing zolang Kamp Beverlo nog niet voldoende hersteld was.
Bogaert kon tijdens zijn onderzoek putten uit bijzonder bronnenmateriaal, waaronder een privéalbum van een toenmalige officier. Zulke foto's en tekeningen geven een zeldzame inkijk in het dagelijkse leven in de Kauliller kazerne vlak na de oorlog.
Terug naar Beverlo
Lang duurde het verblijf van de onderofficierenschool in Kaulille niet. Zodra de nodige voorzieningen in Beverlo opnieuw beschikbaar waren, verhuisde de opleiding.
Begin januari 1946 was de terugkeer naar Kamp Beverlo een feit.
Daarmee was de militaire rol van Kaulille echter nog niet helemaal uitgespeeld. De gebouwen kregen nadien verschillende bestemmingen. Zo werd de site een tijdlang gebruikt als verblijf voor kinderen en kwamen er later opnieuw militairen terecht. Ook in het kader van de Belgische deelname aan de Koreaanse Oorlog speelde de militaire infrastructuur een rol.
Geschiedenis wordt opnieuw actueel
Bogaert eindigde zijn verhaal uiteindelijk opnieuw waar hij begonnen was: bij de betekenis van militaire infrastructuur.
Jarenlang leek het erop dat grote militaire domeinen zoals Kamp Beverlo steeds minder belangrijk zouden worden. Gebouwen kregen andere bestemmingen, terreinen werden afgestoten en militaire aanwezigheid werd afgebouwd.
De internationale veiligheidssituatie heeft die evolutie inmiddels omgekeerd. Oefenterreinen en kazernes krijgen opnieuw strategisch belang en investeringen in defensie nemen toe.
Dat maakt de geschiedenis die tijdens het symposium in Bocholt werd verteld opvallend actueel. Kamp Beverlo ontstond bijna twee eeuwen geleden omdat een jonge Belgische staat zich militair bedreigd voelde. Sindsdien volgden perioden van uitbreiding en afbouw elkaar op.
En tussen de heide van Leopoldsburg en de voormalige kazerne van Kaulille zijn de sporen daarvan tot vandaag terug te vinden.
In deze reeks verschenen eerder:
Tussen Heide en Garnizoen (1): Kamp Beverlo

Zondag 23/8
Leopold I legde op 21 juli 1831 de eed af als eerste koning der Belgen. Nauwelijks twee weken later, op 2 augustus, vielen Nederlandse troepen België binnen. De Tiendaagse Veldtocht maakte pijnlijk duidelijk dat het jonge land zijn leger beter moest organiseren.
Er werden verschillende grote observatie- en oefenkampen ingericht. Diest bleek daarbij minder geschikt: er was onvoldoende plaats, de inkwartiering was duur en ook de bevoorrading leverde problemen op.
Een enorme lege heide
De blik viel vervolgens op de streek van het huidige Leopoldsburg, Hechtel en Eksel. Daar strekte zich een enorme heidevlakte uit. De gronden waren goedkoop en grotendeels eigendom van de gemeenten. Van Leopoldsburg was op dat ogenblik nog geen sprake.
Voor de inrichting van het kamp werd kapitein Renard aangeduid. Een van de eerste gebouwen was een verblijf voor koning Leopold I. Rond dat centrale punt werd volgens Bogaert een cirkel met een straal van ongeveer één kilometer getrokken, waarbinnen het kamp verder werd uitgebouwd.
Wie vandaag de bosrijke omgeving van Leopoldsburg kent, kan zich het landschap van toen moeilijk voorstellen. "Er was geen enkele boom", vertelde Bogaert. Het gebied bestond voornamelijk uit heide en lage begroeiing. De bomen kwamen er later, mede door toedoen van het leger.
Het eerste kamp bestond hoofdzakelijk uit tenten en strooien barakken. Zand, wind en erosie zorgden daarbij voor heel wat ongemakken.
Op 1 augustus 1835 was het kamp klaar en konden de eerste manoeuvres beginnen.
Hendrik Conscience was erbij
Onder de militairen die in die beginperiode in Kamp Beverlo verbleven, bevond zich een naam die later tot het collectieve Vlaamse geheugen zou behoren: Hendrik Conscience. De schrijver van onder meer De Leeuw van Vlaanderen diende in zijn jonge jaren in het leger en maakte de begindagen van het kamp mee.
Volgens Bogaert zag Conscience er ook het koninklijke paviljoen. Zijn ervaringen in de militaire omgeving vonden later hun weg naar zijn literaire werk.
Vanaf 1837 begon het voorlopige tentenkamp steeds meer het uitzicht van een permanente militaire vestiging te krijgen. Er kwamen grote barakken en voorzieningen voor onder meer medische verzorging.
Het kamp werd een magneet
De aanwezigheid van duizenden militairen zorgde voor economische bedrijvigheid. Waar soldaten zijn, zijn immers ook voedsel, logement, handel, ambachtslieden en allerlei diensten nodig.
Het kamp werkte volgens Bogaert als "een magneet". Mensen kwamen naar de streek om er hun brood te verdienen en vestigden zich in de onmiddellijke omgeving. Zo ontstond geleidelijk een burgerlijke nederzetting naast het militaire kamp.
Die ontwikkeling leidde uiteindelijk tot het ontstaan van een nieuwe gemeente. In 1850 woonden er al ruim 700 mensen. Op 6 juli 1850 kreeg de nederzetting officieel de naam Bourg-Léopold, het latere Leopoldsburg.
Het militaire kamp was dus niet zomaar een buur van Leopoldsburg: zonder het kamp zou Leopoldsburg in zijn huidige vorm wellicht nooit zijn ontstaan.
Van stro naar baksteen
Intussen was ook de internationale situatie veranderd. Nederland had zich in 1839 definitief bij de Belgische onafhankelijkheid neergelegd. Het oorspronkelijke doel van de observatiekampen verdween daardoor grotendeels.
Maar Kamp Beverlo werd niet opgedoekt. Integendeel: België besloot er een permanent militair centrum van te maken.
Vanaf het midden van de 19de eeuw werden de eenvoudige barakken vervangen of aangevuld door stenen gebouwen. Er verschenen onder meer infanteriegebouwen, een militair hospitaal en een militaire bakkerij.
Een deel van dat erfgoed is vandaag verdwenen, maar enkele gebouwen herinneren nog aan die periode.
Een Belgische keizerin in Mexico
Bogaert stond ook stil bij een opvallend monument in Leopoldsburg: de herinnering aan de Belgische militaire expeditie naar Mexico.
Charlotte, dochter van Leopold I, huwde met Maximiliaan van Oostenrijk. Toen Maximiliaan keizer van Mexico werd, werd Charlotte daardoor keizerin. Het keizerlijke avontuur draaide echter uit op een drama. Belgische militairen trokken naar Mexico om het regime te ondersteunen, maar uiteindelijk stortte het keizerrijk in. Maximiliaan werd in 1867 geëxecuteerd. Aan de expeditie herinnert in Leopoldsburg nog altijd een monument aan de Hechtelsesteenweg.
Een ander bekend monument is het standbeeld van generaal Pierre Chazal, die onder meer tweemaal minister van Oorlog was. Het beeld werd in 1908 opgericht en doorstond beide wereldoorlogen.
1913: een cruciaal jaar
Volgens Bogaert was 1913 een bijzonder belangrijk jaar voor Kamp Beverlo. De internationale spanningen namen toe en België investeerde fors in zijn leger.
Ook in Beverlo werd in snel tempo gebouwd. Het kamp was daardoor bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog moderner dan ooit.
Op 4 augustus 1914 vielen de Duitse troepen België binnen. Zij kregen in Leopoldsburg een groot militair complex in handen waarvan sommige gebouwen nauwelijks voltooid waren.
Tijdens de Duitse bezetting werd Kamp Beverlo intensief gebruikt. Vanaf 1916 werden er ook Russische krijgsgevangenen ondergebracht.
Tanks en 115 kilometer smalspoor
Na de Eerste Wereldoorlog volgde opnieuw een belangrijke bloeiperiode. Het Belgische leger moderniseerde en Kamp Beverlo speelde daarin een centrale rol.
De eerste tanks verschenen op het terrein. Daarnaast werd een indrukwekkend netwerk van smalspoor aangelegd. Volgens Bogaert ging het uiteindelijk om ongeveer 115 kilometer spoor.
Daarvoor werd onder meer Duits spoorwegmateriaal gebruikt dat België na de Eerste Wereldoorlog in handen had gekregen. Wissels, draaiplaten en andere onderdelen kregen zo een tweede leven op de Kempense militaire terreinen.
Het kamp dat in 1835 nog uit tenten en strooien barakken bestond, was daarmee in minder dan een eeuw uitgegroeid tot een omvangrijk en modern militair complex.
Maar amper twee decennia later zouden opnieuw Duitse militairen door de poorten van Kamp Beverlo trekken.
Morgen in deel 2: de Duitse bezetting, het bombardement op Kamp Beverlo, duizenden geïnterneerden na de oorlog en de opmerkelijke militaire geschiedenis van Kaulille.
Kanaal van Beverlo is het mooiste plekje

Zaterdag 22/8 “Limburg is geen provincie die je alleen op een kaart begrijpt. Je moet ze voelen, beleven en ontdekken,” zegt Wouter Beke.
“Sommige plekken vertellen iets over onze geschiedenis, andere over onze natuur, onze gemeenschappen of onze veerkracht. Net die combinatie maakt Limburg zo sterk.”
Mooie selectie
De inzendingen leverden een warme en verrassende selectie op. Van natuur tot erfgoed, van cultuur tot toeristische trekpleisters, van bekende plekken tot verborgen parels.
De route kan vanaf nu gedownload worden via www.mooisteplekjevanlimburg.be als wandel- en fietsroute in GPX-formaat.
OntdekkenMet de route wil cd&v Limburg Limburgers uitnodigen om de eigen provincie (opnieuw) te ontdekken. Alleen, met familie, met vrienden, met het gezin of samen met een vereniging.
“Dit is een uitnodiging om eropuit te trekken,” zegt Jo Brouns. “Spring op de fiets, trek je wandelschoenen aan en houd zeker eens halt aan een café of picknickplek. Of spring onderweg eens in het open water om écht te verfrissen. De fietsroute is met zijn meer dan 500 kilometer en bijna 2000 hoogtemeters wel een stevige klepper. Ik ben benieuwd welke wielrenner of wielrenster als eerste een tijd registreert op Strava? Limburg zit vol plekken waar mensen fier op zijn. Door die plekken te delen, maken we onze provincie nog sterker.”
Wie één of meerdere mooiste plekjes bezoekt, kan via www.mooisteplekjevanlimburg.be ook een foto bezorgen. Die beelden worden gebundeld op de campagnewebsite.
Programma Open Monumentendag bekend

Vrijdag 21/8 In Leopoldsburg opent het museum in de voormalige pastorie van Heppen haar deuren. Hier vind je een schat aan informatie over de geschiedenis van het dorp. Alleen al de talloze historische foto’s maken dit museum van de heemkundige kring de moeite waard. Je kan je bezoek combineren met een rondleiding aan de nabijgelegen schans van Gerhees. Hier konden buurtbewoners zich vanaf de zeventiende eeuw in woelige tijden terugtrekken, compleet met hun hebben en houden. Laat je door de gids terug meevoeren naar deze bewogen periode met rondtrekkende legers van de diverse oorlogen die toen in de Lage Landen woedden.