Debbie: ‘Op rouwen staat geen tijd’

Zondag 9/8
Het verwijst naar de warmte van herinneringen, maar ook naar de kracht die mensen stap voor stap opnieuw kunnen terugvinden na een ingrijpend verlies."
Van oncologie naar verliesbegeleiding
Debbie begon niet zonder bagage aan haar praktijk. Ze is verpleegkundige en gespecialiseerd in oncologie. Ze heeft twintig jaar werkervaring en werkte jarenlang in Nederland. Daar was ze onder meer bijna drie jaar als case manager actief in een ziekenhuis, waar ze patiënten met verschillende vormen van kanker begeleidde.
Ze volgde mensen van het begin tot het einde van het traject. Vooral de begeleiding in de laatste levensfase en de gesprekken rond afscheid en zingeving bleven haar boeien.
In Nederland hield de begeleiding bovendien niet noodzakelijk op wanneer de medische behandeling achter de rug was. “Want als je behandeling stopt, wil dat niet zeggen dat je leven opnieuw op de rails staat. Dan begint het soms pas. Dan komen vragen: ben ik genezen? Wat kan ik nog? Hoe moet ik verder?”
Die ervaring wilde ze meenemen naar België. Ze volgde bijkomende opleidingen rond verlies en rouw en uiteindelijk ontstond haar eigen praktijk.
Rouw zonder overlijden
Wie het woord rouw hoort, denkt vrijwel automatisch aan een overlijden. Volgens Debbie is dat echter een deel van het verhaal. Rouw ontstaat niet alleen wanneer iemand overlijdt. Ook ingrijpende veranderingen in het leven kunnen een rouwproces op gang brengen. Dat noemen we ook wel 'levend verlies'.
Ze geeft het voorbeeld van een koppel dat na dertig jaar uit mekaar gaat. Niemand is overleden, maar toch valt er iets weg: de dagelijkse gesprekken, de gezamenlijke toekomst , gedeelde dromen en het vertrouwde leven samen.
Hetzelfde kan gebeuren wanneer ouders ouder worden, dementie krijgen of naar een woonzorgcentrum verhuizen. “Je neemt dan stap voor stap afscheid van de papa of mama zoals je die altijd gekend hebt.”
Ook ouders kunnen rouwen om een toekomstbeeld dat verandert. Wanneer een kind ernstig ziek wordt, een beperking heeft, psychisch kwetsbaar is of het leven een heel andere wending neemt dan verwacht, vraagt ook dat afscheid van verwachtingen.
En ook ziekte kan een groot verlies met zich meebrengen. Wie door gezondheidsproblemen zijn beroep niet langer kan uitoefenen verliest vaak niet alleen zijn werk, maar ook een stukje identiteit, zelfstandigheid en toekomst.
“Vaak gaat het om afscheid nemen van het leven of het toekomstbeeld dat je voor ogen had."
Eerst luisteren
Mensen hoeven bij Debbie niet binnen te stappen met een duidelijke diagnose of zelfs met een pasklaar antwoord op de vraag wat er misloopt. “Iemand mag hier ook gewoon zeggen: ik voel me niet goed en ik weet niet waarom. Dan gaan we samen kijken.”
Een begeleiding begint met een kennismakingsgesprek. Daarna maakt ze samen met de cliënt een levenslijn. Van de kinderjaren tot vandaag worden verschillende levensfasen overlopen. Wat ging goed? Waar zaten moeilijke momenten? Welke gebeurtenissen hebben iemand gevormd?
Zo worden soms patronen zichtbaar waarvan mensen zelf nooit beseften waar ze begonnen zijn. “Soms zegt iemand plots: verdorie, daar is het eigenlijk begonnen.”
Niet iedereen vindt het gemakkelijk om over gevoelens te praten. Daarom gebruikt Debbie soms poppetjes waarmee cliënten situaties en relaties kunnen neerzetten. Waar sta jij? Waar staat de ander ? Wat draag je met je mee? Door dit zichtbaar te maken, ontstaat vaak vanzelf een gesprek, zonder dat iemand zijn verhaal meteen volledig hoeft te vertellen.
Geen standaardtraject
Een gesprek duurt doorgaans 75 minuten, al houdt Debbie bewust wat marge. Een emotioneel gesprek stop je immers niet zomaar omdat de klok aangeeft dat de tijd voorbij is.
Hoeveel sessies nodig zijn, verschilt sterk. Voor sommigen volstaan één of twee gesprekken. Anderen komen om de paar weken of maandelijks terug.
“Ik ben niet degene die bepaalt dat iemand standaard tien keer moet komen. De cliënt houdt zelf de regie.”
Ook tussen gesprekken door probeert ze soms betrokken te blijven, bijvoorbeeld met een berichtje op een moeilijke dag. Want niet iedereen kan voor zijn verdriet of verlies terecht bij familie, vrienden of collega's.
Wanneer ze merkt dat haar begeleiding niet volstaat, verwijst ze door. Ze overlegt daarvoor onder meer met huisartsen, psychologen en psychiaters. Haar achtergrond als verpleegkundige helpt haar om te herkennen wanneer andere of meer gespecialiseerde hulp noodzakelijk is.
‘Je moet er nu toch overheen zijn’
Een van de moeilijkste problemen waarmee mensen volgens Debbie worden geconfronteerd, is de verwachting van hun omgeving dat verdriet na verloop van tijd voorbij moet zijn.
“Dan hoor je: het is toch al zes maanden geleden? Of een jaar? Je moet er nu toch eens overheen zijn. Maar op rouwen staat geen tijd.”
Een geur, een liedje, een voorwerp of een bepaalde periode van het jaar kan plots opnieuw herinneringen oproepen. Iemand kan een jaar na het overlijden van zijn moeder tijdens het opruimen van een kast iets terugvinden waardoor het verlies opnieuw bijzonder hard binnenkomt.
De omgeving bevindt zich op dat moment vaak ergens anders in het proces. Voor anderen gebeurde het overlijden een jaar geleden, terwijl het voor de rouwende persoon op zo'n moment opnieuw heel dichtbij kan voelen.
Debbie ziet wel een verandering tegenover vroeger. Zeker oudere generaties groeiden volgens haar vaker op met de gedachte dat je na een overlijden sterk moest zijn en verder moest. Vandaag komt er stilaan meer ruimte om over verdriet en verlies te praten.
“Een dierbare die wegvalt, kan je niet gewoon in een hoek zetten. Je moet het verlies leren verweven in je leven. Er is een leven ervoor en een leven erna.”
Met Gloed wil Debbie verlies en rouw bespreekbaar maken in alle lagen van de samenleving. "Verlies hoort bij het leven, maar toch vinden we het vaak moeilijk om erover te praten. Ik hoop dat we daar stap voor stap verandering in kunnen brengen, zodat mensen zich meer gezien, gehoord én begrepen voelen."
Een snelle maatschappij
Net daar botst rouw volgens Debbie vaak met onze huidige maatschappij. Alles moet snel en mensen worden geacht te blijven presteren.
“Rouwen kost enorm veel energie, alleen zie je dat niet. Als je je been breekt, ziet iedereen het gips en begrijpt iedereen dat je tijd nodig hebt. Bij rouw is dat niet zichtbaar.”
Mensen proberen dan vaak gewoon verder te gaan. Werken, afspraken maken, vergaderingen volgen, sociale contacten onderhouden. Tot blijkt dat de batterij leeg is.
Daarom is een van haar belangrijkste adviezen verrassend eenvoudig: vertragen.
Dat begint soms heel klein. Tien minuten bewust een kop koffie drinken. Even gaan zitten zonder iets anders te moeten doen. Een bad of douche nemen en daar bewust tijd voor maken. Rustmomenten in de agenda zetten.
Het klinkt eenvoudig, maar net dat stilstaan kan moeilijk zijn. Want wanneer de drukte wegvalt, ontstaat ruimte om na te denken. En dan kan ook het gemis opnieuw binnenkomen.
Ook werkgevers kunnen helpen
Debbie wil met Gloed daarom niet alleen individuele cliënten begeleiden. Ze ziet ook een rol voor bedrijven en leidinggevenden.
Ze begeleidt mensen die na een zwaar verlies opnieuw aan het werk moeten en merkt hoe moeilijk die terugkeer kan zijn. Soms wordt van iemand verwacht dat die opnieuw voltijds functioneert, vergaderingen bijwoont, verantwoordelijkheid moet dragen en reizen moet maken, terwijl de energie daarvoor er eenvoudigweg nog niet is.
Veel kan volgens haar al veranderen door enkele eenvoudige vragen te stellen: “Hoe gaat het met jou? Wat kunnen we voor jou doen? Wat heb je nodig om de dag door te komen?”
Collega's weten bovendien vaak niet hoe ze iemand moeten aanspreken die terugkeert na een overlijden of andere ingrijpende gebeurtenis. Uit angst om emoties los te maken, wordt het onderwerp dan maar vermeden.
“Maar emoties mogen er zijn. Als je het gesprek opent, is het ijs vaak gebroken.”
Daarom wil ze in de toekomst ook bedrijven ondersteunen bij de begeleiding van werknemers die na verlies, ziekte of een andere ingrijpende gebeurtenis opnieuw aan de slag gaan.
Van 26 tot 80 jaar
De mensen die bij Gloed aankloppen, vormen geen homogene groep. Haar jongste cliënt is 26, haar oudste 80.
Ook bij jongere mensen merkt Debbie veel druk. Sociale media spelen daar volgens haar mee een rol in. Op platformen als Instagram en TikTok krijgen jongeren voortdurend beelden te zien van hoe het leven er zogezegd moet uitzien.
Maar rouw laat zich niet in een schema dwingen.
Sommige mensen schrikken bijvoorbeeld wanneer ze plots de geur van hun overleden moeder denken te ruiken, een stem menen te horen of bij een bepaald liedje overweldigd worden door herinneringen. Ze vragen zich af of er iets mis met hen is.
Debbie probeert zulke ervaringen bespreekbaar te maken. Geuren, geluiden en andere prikkels kunnen sterke herinneringen oproepen aan iemand die gemist wordt. “Mensen moeten weten dat ze daarover mogen praten.”
Even het bos in
Dagelijks luisteren naar intense verhalen vraagt ook iets van haarzelf. Na een zware dag neemt ze hond Toby mee voor een korte wandeling in het bos. Een kwartiertje natuur helpt haar om de gesprekken los te laten. Ook na elk gesprek met een cliënt neemt ze bewust even tijd om zaken neer te schrijven en haar werkdag af te ronden.
Dat is nodig, want de betrokkenheid bij haar cliënten is groot. Tegelijk probeert ze precies datgene toe te passen wat ze ook anderen meegeeft: tijd maken, vertragen en af en toe bewust stilstaan.
Want verlies hoort volgens Debbie onvermijdelijk bij het leven. De uitdaging is niet om het zo snel mogelijk achter je te laten.
“Je moet het leren meenemen in je leven. Er komt misschien nooit meer helemaal de persoon terug die je vóór dat verlies was. Je gaat verder als iemand die dat gemis met zich meedraagt. En dat mag.”
Debbie Van Uytvange - Gloed - www.mijngloed.be - Instagram: Gloedbydebbie