Nieuws Bocholt

Nieuwe zeugenstal bij PVL (4)

Nieuwe zeugenstal bij PVL (4)

Vrijdag 6/2

“Een zeugenstal is technisch één van de meest complexe staltypes,” legde Palmans uit. Verschillende diercategorieën, uiteenlopende huisvestingssystemen en meerdere emissiearme technieken maken het een uitdagend geheel.

Drie grote troeven
  • Vrijloopkraamhokken: De nieuwe stal zet sterk in op vrijloopkraamhokken, waarin zeugen meer bewegingsruimte krijgen. Dat speelt in op maatschappelijke verwachtingen rond dierenwelzijn én toekomstige regelgeving. PVL wil landbouwers ondersteunen bij de omschakeling en onderzoeken hoe dit veilig en efficiënt kan worden toegepast.
  • Datagedreven opvolging: PVL werkt al jaren met elektronische oormerken. Van elk dier worden geboorte, afstamming, gewichten, medicatie en prestaties opgevolgd. In de nieuwe stal worden ook zeugen individueel gemonitord via voederstations en sensoren. Zo kan men exact opvolgen hoeveel een dier eet, hoe het gewicht evolueert en waar moet worden bijgestuurd.
  • Klaar voor emissieonderzoek: De stal is opgebouwd uit meerdere kleinere afdelingen en uitgerust om emissies nauwkeurig te meten. Emissiereductie en stikstofonderzoek worden de komende jaren belangrijke onderzoeksthema’s.
Meer dan infrastructuur

Sander benadrukte dat PVL breder werkt dan enkel varkenshouderij. Door expertise rond melkvee, voedergewassen en bedrijfsbegeleiding te combineren, kan maatwerkadvies worden gegeven. Landbouwbedrijven verschillen immers sterk van elkaar.

Dank en toekomstvisie

Hij bedankte de Vlaamse overheid, de provincie, de gemeente, het bestuur en vooral het PVL-team voor hun inzet tijdens het project. Tot slot sloot hij af met een duidelijke boodschap:

“Met dit project tonen we dat we als PVL echt geloven in een sterke toekomst voor de sector. We investeren niet alleen in gebouwen, maar in kennis, data en begeleiding.”

Met die visie trok het gezelschap vervolgens de stal in voor een rondleiding — een blik op de landbouw van morgen. 

Marc Faes

Meer dan 500 werkzoekenden op jobbeurs

Meer dan 500 werkzoekenden op jobbeurs

Donderdag 5/2 Cijfers tonen nood én kansen 


Onder Welzijnsregio Noord-Limburg vallen de gemeenten Bocholt, Bree, Hamont-Achel, Hechtel-Eksel, Lommel, Oudsbergen, Peer en Pelt. In deze regio waren er eind januari 4.253 werkzoekenden zonder werk
De afgelopen twaalf maanden ontving VDAB 4.842 vacatures voor Limburg-Noord. Meer dan de helft daarvan was gericht op kortgeschoolden of stelde geen specifieke diplomavereisten. In 68% van de vacatures werd wel een goede kennis van het Nederlands gevraagd. 

Julie Eyckens, communicatieverantwoordelijke bij VDAB Limburg, wijst op een belangrijk aandachtspunt: 

“Voor veel inwoners van Noord-Limburg is een job dicht bij huis essentieel. 38% van de werkzoekenden in de regio heeft geen rijbewijs. Daarnaast kent Noord-Limburg een grotere vervoersarmoede door het beperkte aanbod aan openbaar vervoer. Om werken haalbaar te maken, moeten we die vervoersdrempel wegwerken. Met deze jobbeurs kregen werkzoekenden de kans om op enkele uren tijd kennis te maken met heel wat lokale werkgevers, met jobs vlakbij huis.” 

Structurele samenwerking loont 

Ook bij de Welzijnsregio wordt het belang van samenwerking benadrukt. Voorzitter Serge Vander Linden

“Binnen Welzijnsregio Noord-Limburg zetten we ons dagelijks in om werkzoekenden duurzaam naar werk toe te leiden. De organisatie van deze jobbeurs toont de kracht van onze structurele samenwerking met lokale besturen, VDAB en werkgevers. Zo creëren we meer kansen voor kwetsbare werkzoekenden én bouwen we samen aan een inclusieve en toekomstgerichte arbeidsmarkt in Noord-Limburg.” 

Rob Lukkesen, voorzitter van Focus Noord, ziet dat de nood hoog blijft: 

“We organiseren deze jobbeurs nu al voor de zesde keer met sterke partners. We merken dat zowel sollicitanten als werkgevers nog steeds nood hebben aan dit initiatief. Ondanks de veranderende conjunctuur blijven Noord-Limburgse bedrijven op zoek naar nieuwe werkkrachten. Het besef groeit dat die zowel bij reguliere werkzoekenden als bij nieuwkomers te vinden zijn.” 

Met meer dan 500 bezoekers mag deze editie alvast opnieuw een groot succes genoemd worden — én een duidelijke stap richting werk dichter bij huis voor heel wat Noord-Limburgers.

Nieuwe zeugenstal bij PVL (3)

Nieuwe zeugenstal bij PVL (3)

Donderdag 5/2 Toch wilde ze het verhaal niet negatief laten eindigen.


“Net daarom is deze nieuwe zeugenstal een teken van hoop. Er blijft nood aan dierlijke productie, en met deze investering geven we landbouwers opnieuw perspectief en ondersteuning richting de toekomst.”

PVL als kennisreferentie

Moors benadrukte dat PVL al decennia inzet op praktijkgericht onderzoek. De vorige ‘milieustal’ op dezelfde site speelde ooit een pioniersrol in emissiereducerende technieken. Die lijn wordt nu doorgetrokken met een nieuwe infrastructuur die klaar is voor onderzoek naar dierenwelzijn, emissies, management en data-opvolging.

Volgens haar is PVL uitgegroeid tot een vaste kennisreferentie voor de varkenshouderij, maar ook voor andere takken zoals melkvee en voedergewassen.

Innovatie door samenwerking

Een belangrijk punt in haar toespraak was de unieke samenwerking op de site tussen onderzoek, onderwijs en praktijk. Die kruisbestuiving zorgt ervoor dat nieuwe kennis snel haar weg vindt naar landbouwers.

“Deze stal is geen eindpunt, maar een startpunt: een positief signaal dat we blijven geloven in de toekomst van onze landbouwers.”

Investeren in mensen

Naast infrastructuur onderstreepte Moors ook de groei van het team. PVL telt intussen een stevige ploeg onderzoekers en medewerkers. Het nieuwe kantoorgebouw moet die werking verder versterken.

Tot slot bedankte ze uitdrukkelijk de Vlaamse overheid voor de financiële steun, het gemeentebestuur van Bocholt voor de vergunning en de medewerkers en bestuurders van PVL voor hun jarenlange inzet.

Haar kernboodschap was helder: ondanks de uitdagingen blijft investeren in kennis en innovatie de beste garantie op een leefbare toekomst voor de landbouw in Limburg. 

Marc Faes

Nieuwe zeugenstal bij PVL (2)

Nieuwe zeugenstal bij PVL (2)

Woensdag 4/2

Landbouw in een onzekere wereld

De minister plaatste landbouw ook in een bredere geopolitieke context. De wereld is volgens hem bijzonder instabiel, waardoor Europa opnieuw moet nadenken over zijn basisbehoeften.

“In moeilijke en onzekere tijden moeten we terug naar de essentie: onze energie, onze grondstoffen, onze veiligheid en onze voedselvoorziening.”

Vlaanderen speelt daarin volgens hem op topniveau mee in duurzame voedselproductie. Maar dat niveau behouden vraagt voortdurende innovatie en onderzoek.

Onderzoek als motor

Brouns benadrukte het belang van praktijkgericht onderzoek, zoals dat in PVL gebeurt. Nieuwe technieken rond emissiereductie, dierenwelzijn en management zijn volgens hem noodzakelijk om de sector toekomstbestendig te maken.

“Als Vlaanderen op dat hoogste niveau wil blijven meespelen, dan moeten we blijven investeren in onderzoek, innovatie en jonge landbouwers.”

Samen sterker in de keten

De minister wees ook op het belang van samenwerking in de landbouwketen. Landbouwers zijn vaak prijsnemers en hebben weinig vat op prijsvorming. Door krachten te bundelen en kennis te delen, kan de sector weerbaarder worden.

Trots op Limburgse rol

Als Limburger sprak Brouns tot slot zijn trots uit over wat in Bocholt gerealiseerd werd. Hij noemde het project een voorbeeld van hoe overheid, provincie, gemeente en onderzoeksinstellingen samen kunnen bouwen aan de toekomst van de landbouw.

De rondleiding door de nieuwe stal maakte duidelijk dat het hier niet alleen om infrastructuur gaat, maar om een investering in kennis, innovatie en perspectief voor de volgende generatie landbouwers.

Marc Faes

Nieuwe zeugenstal bij PVL (1)

Nieuwe zeugenstal bij PVL (1)

Dinsdag 3/2 Grote uitdagingen voor de sector


De Vlaamse veehouderij staat onder druk om haar uitstoot te verminderen in functie van de natuurdoelstellingen. Het stikstofdecreet van 24 januari 2024 bepaalt de spelregels. 
Vlaams minister van Landbouw en Omgeving Jo Brouns verduidelijkt: “Specifiek voor de varkenshouderij wordt een emissiereductie van 60% voor traditionele stallen aangehouden.”

Landbouwers krijgen daarbij vrijheid in hun aanpak. Dat kan via:
  • brongerichte maatregelen (minder ammoniakvorming in de mest),
  • end-of-pipe technieken (luchtzuivering),
  • of reductie van het aantal dieren — vaak in combinatie.
Meer ruimte en betere opvolging

De oude zeugenstal van PVL was 33 jaar oud en voldeed niet langer aan de nieuwste normen. De nieuwbouw biedt onder meer vrijloopkraamhokken, waarbij zeugen rond het werpen meer bewegingsruimte krijgen. Dat verhoogt niet alleen het dierenwelzijn, maar stimuleert volgens onderzoek ook de melkproductie.

PVL is al jaren pionier in individuele dieropvolging met elektronische identificatie. In de nieuwe stal wordt dat systeem verder verfijnd:
  • Voederstations registreren dagelijkse voederopname én gewicht van elke zeug.
  • In de kraamstal kan de zeug via een sensor zelf haar voederopname sturen.
  • Tot zes voederbeurten per dag zijn mogelijk, wat de opname verhoogt.
De eerste resultaten tonen alvast een hoge voederopname.

Onder druk, maar toekomstgericht

De Vlaamse varkenshouderij kromp de voorbije jaren sterk. Het aantal zeugen daalde tussen 2005 en 2024 met 42%. In Limburg ging het aantal varkens in tien jaar tijd met 33% achteruit. Economische druk, vergrijzing en moeilijke vergunningverlening spelen daarbij een rol. Naast stikstof is ook geurhinder een bepalende factor in dossiers.

Traject van vijf jaar

Het project startte vijf jaar geleden met een visietraject rond functionaliteit en bouwtechniek. Na het vergunningstraject werd de oude stal in september 2024 gesloopt. Sinds juni 2025 wordt de nieuwe stal gefaseerd in gebruik genomen.

Ook nieuw kantoorgebouw

Naast de stal kwam er een nieuw kantoorgebouw. PVL breidde zijn werking uit, onder meer naar onderzoek en advies voor rundveehouders en teelten, waterkwaliteit en eiwitefficiëntie. Ook opleidingen krijgen er meer ruimte.

Investering in de toekomst

De infrastructuur maakt uitgebreid voeder- en emissieonderzoek mogelijk, met focus op zowel stikstofuitstoot als economische rendabiliteit en een lagere carbon footprint.
De totale investering bedraagt 2,5 miljoen euro. Via het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF) werd 1.207.304,80 euro steun voorzien voor onderzoeksinstellingen en praktijkcentra.
Minister Brouns besluit: “Met deze investering zet PVL zich schrap voor de toekomst en kan het de belangrijkste uitdagingen richting 2050 helpen aanpakken.”

De komende dagen op Internetgazet Bocholt
  • Morgen: Minister Brouns: Investeren in onderzoek en innovatie is investeren in het vertrouwen én de toekomst van onze landbouw
  • Donderdag: Inge Moors: Deze stal is geen eindpunt, maar een startpunt: een positief signaal dat we blijven geloven in de toekomst van onze landbouwers
  • Vrijdag: Sander Palmans: Dit project bewijst dat wij blijven investeren in oplossingen voor de landbouw van morgen: praktijkgericht, innovatief en met vertrouwen in de sector

Uitdaging 6: Dienstverlening

Uitdaging 6: Dienstverlening

Maandag 2/2

Persoonlijke afspraken én vrije inloopmomenten 

Wie graag een afspraak maakt, kan dat. Maar er blijven ook momenten waarop je gewoon kan binnenstappen zonder planning vooraf. Zo blijft de drempel laag. 

Veiligere en vlottere digitale dienstverlening 

Online zaken regelen moet eenvoudiger én veiliger worden. De gemeente investeert in gebruiksvriendelijke digitale tools, zodat aanvragen, attesten en meldingen sneller kunnen verlopen. 

Heldere communicatie via nieuwe communicatiecel 

Met een versterkte communicatieaanpak wil Bocholt duidelijker informeren. Minder vakjargon, meer begrijpelijke uitleg, en informatie die inwoners écht vooruithelpt. 

Meer inspraakmomenten 

Inwoners krijgen bijkomende kansen om mee te denken en deel te nemen aan inspraakmomenten. Het bestuur benadrukt dat beleid samen met de bevolking wordt gemaakt, niet los ervan. 

Verbonden met de regio 

Bocholt bekijkt dienstverlening niet op zichzelf. De gemeente blijft inzetten op samenwerking met lokale ondernemers, verenigingen en landbouwers, en op de promotie van korte keten en toerisme. Ook de samenwerking met buurgemeenten in Noord-Limburg en met Weert blijft belangrijk. 

De rode draad is duidelijk: een gemeente die bereikbaar is, meedenkt en ondersteuning biedt — fysiek én digitaal.