Nieuws Oudsbergen

Sint-Jozefkerk: jonge kerk met lokale wortels

Sint-Jozefkerk: jonge kerk met lokale wortels

Zondag 12/4 De Sint-Jozefkerk in Louwel is geen eeuwenoud monument, maar wel een kerk met een duidelijke plaats in de lokale gemeenschap. Ze ontstond in een periode waarin het gehucht Louwel sterk groeide en nood had aan een eigen parochie.

Tot ver in de 20ste eeuw waren inwoners van Louwel aangewezen op omliggende parochies voor hun kerkbezoek. Met de uitbreiding van de woonkern groeide echter de vraag naar een eigen gebedsplaats dichter bij huis. Die kwam er uiteindelijk in 1969, toen de huidige Sint-Jozefkerk werd gebouwd.
De kerk is typisch voor haar tijd. In tegenstelling tot de rijk versierde neogotische kerken uit de 19de eeuw, werd hier gekozen voor een sobere en functionele bouwstijl. De nadruk lag op bruikbaarheid en gemeenschap, eerder dan op monumentale uitstraling. Dat sluit aan bij de vernieuwende visie op kerkbouw in de jaren zestig, waarbij de beleving van de gelovigen centraal stond.
De keuze voor Sint-Jozef als patroonheilige is geen toeval. Hij wordt vaak gezien als beschermer van gezinnen en arbeiders, wat goed aansluit bij het karakter van Louwel als woonkern.
Vandaag blijft de kerk een herkenbaar baken in het dorp. Ze wordt niet alleen gebruikt voor vieringen, maar speelt ook een rol bij lokale activiteiten en ontmoetingen. Tegelijk staat ze, net als vele andere kerken in Limburg, voor de uitdaging om zich aan te passen aan veranderende tijden en een dalende kerkgang.
Toch blijft de Sint-Jozefkerk van Louwel vooral wat ze altijd geweest is: een plek van samenkomst, gedragen door en voor de mensen van het dorp.

Fietsgids ook in Oudsbergen verkrijgbaar

Fietsgids ook in Oudsbergen verkrijgbaar

Zaterdag 11/4

  • Toerisme Oudsbergen
  • Aen de Bullenschool
  • Landgoed De Hoogmolen
  • Het Pleintje
  • De Dorpermolen
Uiteraard met de fiets kwamen de twee heren de editie persoonlijk aan Internetgazet voorstellen.

De Limburgse editie 2026 telt 67.500 exemplaren en bundelt 69 kant-en-klare fietsroutes langs het bekende fietsknooppuntennetwerk. Daarnaast zijn er 76 horecastopplaatsen opgenomen en werken in totaal 30 fietsvriendelijke steden en gemeenten mee. Het gaat om Alken, As, Beringen, Bocholt, Bree, Diepenbeek, Dilsen-Stokkem, Genk, Halen, Hamont-Achel, Hasselt-Kortessem, Hechtel-Eksel, Heers, Herk-de-Stad, Heusden-Zolder, Houthalen-Helchteren, Kinrooi, Leopoldsburg, Lommel, Maaseik, Maasmechelen, Oudsbergen, Peer, Pelt, Riemst, Tessenderlo-Ham, Tongeren-Borgloon, Wellen, Zonhoven en Zutendaal. 

De formule van de gids is eenvoudig, maar blijkt al jaren bijzonder succesvol. De fietsroutes vertrekken telkens vanuit een stad of gemeente waar fietsers hun wagen gratis een hele dag kunnen parkeren. Van daaruit kunnen ze via het knooppuntennetwerk een nieuwe streek verkennen, zonder zelf nog een route te moeten uitstippelen. Onderweg worden op strategische plaatsen horecazaken aangeduid waar fietsers kunnen stoppen voor een drankje, een lunch of een rustpauze. Op de handige afknipstroken in de gids staan per route de te volgen knooppunten en stopplaatsen overzichtelijk opgelijst. 

Wat vandaag als een vaste waarde geldt voor heel wat recreatieve fietsers, begon ruim tien jaar geleden nochtans heel bescheiden. Dirk Van Bun en Leo Swinnen vertrokken destijds vanuit hun eigen ervaring als fietser. Tijdens hun tochten merkten ze hoe lastig het soms was om onderweg een geschikte plek te vinden om even halt te houden. Daaruit groeide het idee om een gids samen te stellen die niet alleen fietsroutes aanbiedt, maar ook bruikbare en aantrekkelijke stopplaatsen onderweg in kaart brengt. 

Van Bun, grafisch ontwerper van opleiding, zag in dat idee ook een manier om een eigen project uit te bouwen. Samen met Swinnen werkte hij een eerste concept uit, in een periode waarin het boekje zelf nog niet bestond en ze vooral met een idee op pad gingen. Met een dummyversie en een sterk verhaal trokken ze naar gemeenten en horecazaken om hun plannen toe te lichten. Wat begon met een eerste oplage van 12.000 exemplaren in een handvol Noord-Limburgse gemeenten, groeide jaar na jaar uit tot een stevig uitgebouwd netwerk over bijna heel Limburg en ook een groot deel van Antwerpen. 

Volgens de initiatiefnemers zit de sterkte van de gids in het feit dat ze niet zomaar een publicatie maken, maar echt vertrekken vanuit de fietser. De gids moet in de eerste plaats gebruiksvriendelijk zijn, duidelijk opgebouwd en praktisch inzetbaar op het terrein. Tegelijk willen ze ook de deelnemende horecazaken en toeristische partners maximaal ondersteunen. 
Dankzij hun bijdrage kan de gids gratis verdeeld worden, terwijl de zaken zelf zichtbaar worden voor duizenden fietsers die onderweg op zoek zijn naar een aangename tussenstop. 

Dat model blijkt te werken. Een groot deel van de deelnemers blijft jaar na jaar aan boord, wat erop wijst dat ze er daadwerkelijk voordeel uit halen. Voor de samenstellers is dat belangrijk: zij zien niet alleen de gemeenten en horecazaken als klanten, maar evenzeer de fietsers die de gids gebruiken. Beide groepen moeten zich in het concept kunnen vinden. De gids moet dus niet alleen promotioneel interessant zijn, maar ook echt een meerwaarde bieden voor wie ermee op pad gaat. 

Achter de schermen kruipt er elk jaar opnieuw bijzonder veel werk in de samenstelling. Dirk Van Bun en Leo Swinnen trekken zelf regelmatig met de fiets op pad om routes te verkennen, nieuwe stopplaatsen te ontdekken en contacten te leggen met potentiële deelnemers. Dat gebeurt vaak letterlijk onderweg: als ze een interessante zaak tegenkomen langs een fietsroute, stappen ze binnen om het project uit te leggen. Niet vanuit een klassieke commerciële aanpak, maar eerder vanuit hun enthousiasme voor het concept. “We verkopen niet, we vertellen”, is hun uitgangspunt. 

Die persoonlijke aanpak, gecombineerd met hun kennis van het terrein, heeft ervoor gezorgd dat de gids gestaag kon groeien. Daarbij spelen ook de voortdurende evoluties in het fietsknooppuntennetwerk een rol. Om de twee jaar zijn er doorgaans wijzigingen aan het netwerk en krijgen de makers al vooraf zicht op nieuwe kaarten en aanpassingen, zodat zij hun routes tijdig kunnen actualiseren. Elk jaar opnieuw moeten dus niet alleen de deelnemende zaken en gemeenten worden bevestigd, maar ook de routes zelf opnieuw kritisch worden bekeken en waar nodig aangepast. 

Dat intensieve werk loont, want de gids heeft intussen een trouwe schare gebruikers opgebouwd. Op sociale media leeft de uitgave sterk en bij veel fietsers staat ze eenvoudigweg bekend als ‘het blauwe boek’. Gebruikers delen er hun ervaringen, melden waar ze de gids al vonden en wisselen tips uit over routes die ze gereden hebben. Dat toont aan dat de gids intussen veel meer is geworden dan een eenvoudige routebundel: het is voor veel mensen een herkenbaar en gewaardeerd hulpmiddel om Limburg op een ontspannen manier te ontdekken. 

Ook in de editie van 2026 is opnieuw een Nationaal Park Bosland-special opgenomen, met aandacht voor onder meer Fietsen door de Bomen. Daarmee blijft de gids ook inzetten op toeristische beleving en op de troeven van de regio. Want precies daarin schuilt volgens de samenstellers de kracht van Limburg: wie hier fietst, ontdekt hoe rijk en gevarieerd het landschap is, met natuur, stilte, beleving en gastvrije tussenstops nooit ver weg. 

Na de officiële voorstelling zal de gids gratis verkrijgbaar zijn bij alle deelnemende toeristische diensten en horecazaken. Wie wil weten waar de gids kan worden afgehaald, vindt een overzicht van alle verdeelpunten op de website van Tips voor Fietsers.

Het meerjarenplan: wie gaat dat betalen? (slot)

Het meerjarenplan: wie gaat dat betalen? (slot)

Vrijdag 10/4 Na de toelichting van burgemeester Ilse Wevers en haar schepencollege over het nieuwe meerjarenplan, kwam er één vraag spontaan naar boven: wie zal dat allemaal betalen? 

Oudsbergen heeft duidelijke ambities voor de komende jaren, aldus de burgemeester. In totaal wil de gemeente fors investeren, met een bedrag dat oploopt tot ongeveer 60 miljoen euro. De effectieve nieuwe investeringen situeren zich rond 46,5 à 47 miljoen euro, aangevuld met middelen die eerder al voorzien waren. 
Volgens burgemeester Wevers gebeurt dat niet roekeloos. Integendeel, het bestuur benadrukt dat het financiële kader zorgvuldig werd opgebouwd. Een belangrijk deel van de middelen moet komen uit subsidies en uit inkomsten, bijvoorbeeld via de verkoop van industriegrond. Opvallend is dat Oudsbergen daarbij geen beroep wil doen op belastingverhogingen. Zowel de personenbelasting als de onroerende voorheffing blijven ongewijzigd. “Die behoren nog altijd tot de laagste van Limburg en Vlaanderen. Dat willen we zo houden,” aldus Wevers. 
Het meerjarenplan is volgens de burgemeester dan ook vooral een oefening in duidelijke keuzes. “We willen transparant tonen waar we de komende zes jaar op inzetten en wat onze prioriteiten zijn.” Met die aanpak probeert Oudsbergen een evenwicht te vinden tussen investeren in de toekomst en tegelijk financieel gezond blijven — zonder extra druk op de inwoners. Meer foto's

Marco Goossens licht meerjarenplan toe (8)

Marco Goossens licht meerjarenplan toe (8)

Donderdag 9/4 Schepen Marco Goossens ziet in het meerjarenplan een duidelijke ambitie voor een ondernemingsvriendelijk Oudsbergen, met tegelijk veel aandacht voor ruimtelijke ontwikkeling en wonen. “Oudsbergen heeft de voorbije jaren sterke erkenning gekregen als ondernemingsvriendelijke gemeente,” zegt Goossens. “Die lat ligt hoog, maar we willen daar de komende jaren opnieuw overheen.” 

Volgens hem kijkt de gemeente daarbij breed naar ondernemen: van landbouw en lokale handel tot industrie, horeca, toerisme en logies. Eén van de belangrijkste projecten is de uitbreiding van het bedrijventerrein in Opglabbeek, goed voor zowat 30 hectare bijkomende industrie. Daarnaast wordt ook gewerkt aan bijkomende kmo-units. Samen met ondernemers werd ook een participatieforum opgestart, dat moet leiden tot een strategisch economisch plan. “We willen duidelijk bepalen waar we ruimte geven aan ondernemen en welke accenten we leggen in de verschillende kernen.” 
Maar ook wonen en ruimtelijke ordening vormen volgens Goossens een grote uitdaging. 
Oudsbergen wil werk maken van een strategisch ruimtelijk plan voor de hele gemeente, aangevuld met kleinere uitvoeringsplannen. Eén van de concrete voorbeelden is Meeuwen, waar gewerkt wordt aan de herinvulling van het centrum en de omgeving van de Meeuwenpoort. 
Een tweede grote uitdaging is betaalbaar wonen. “Daar ligt een enorme nood. We moeten zorgen voor bijkomende sociale huurwoningen, maar ook ruimte maken voor de private markt.” De gemeente wil daarom samen met woonmaatschappijen en ontwikkelaars werk maken van extra woongelegenheden in verschillende deelkernen, met bijzondere aandacht voor kleinere woonvormen en appartementen. 
Volgens Goossens draait het uiteindelijk om leefbaarheid. “We willen Oudsbergen verder laten groeien op een manier die de gemeente sterk, aantrekkelijk en leefbaar houdt.”

An Knoops licht meerjarenplan toe (7)

An Knoops licht meerjarenplan toe (7)

Woensdag 8/4 Een warme en levendige gemeente is volgens schepen An Knoops ook een gemeente waar mensen elkaar ontmoeten, zich kunnen ontspannen en hun talent kunnen ontwikkelen. Daarom krijgt vrije tijd een prominente plaats in het meerjarenplan van Oudsbergen. 

“We willen niet alleen een veilige en warme gemeente zijn, maar ook een gemeente waar van alles te beleven valt,” zegt An. “Vrije tijd moet toegankelijk zijn voor iedereen.” 
Daarbij kijkt Oudsbergen breed naar jeugd, sport, cultuur, toerisme, erfgoed en verenigingen. Vooral die laatste vormen volgens Knoops een onmisbare schakel in het lokale weefsel. “We hebben bijna 300 verenigingen in onze gemeente. Die willen we echt koesteren en extra ondersteunen.” 
Dat moet onder meer gebeuren via vormingsaanbod voor bestuursploegen en via een investerings- en infrastructuursubsidiereglement. Ook wil de gemeente werk maken van een verenigingenloket, zodat administratieve drempels kleiner worden. 
Een ander belangrijk project is de verdere ontwikkeling van de Commanderijsite. “De eerste veranderingen zijn al zichtbaar. De stellingen zijn verdwenen en de site krijgt opnieuw uitstraling.” Tegen september 2027 hoopt Oudsbergen dat verenigingen en inwoners er echt hun plek kunnen vinden. 
Daarnaast wil de gemeente ook blijven inzetten op evenementen en lokaal talent. “We willen muzikanten, kunstenaars en creatieve Oudsbergenaren meer kansen geven. Daarom willen we ook werk maken van een expobeleid.” 
Voor schepen Knoops stopt kindvriendelijkheid bovendien niet bij één bevoegdheid. “Dat is iets wat over alle beleidsdomeinen heen loopt. Je moet alles ook bekijken vanuit het perspectief van het kind.” 
Zo wil Oudsbergen niet alleen bruisend en levendig zijn, maar ook een gemeente waar jong en oud zich echt thuis voelen.

Jo Seutens licht meerjarenplan toe (6)

Jo Seutens licht meerjarenplan toe (6)

Dinsdag 7/4 Mobiliteit en verkeersveiligheid zijn volgens schepen Jo Seutens één van de grote prioriteiten in het meerjarenplan van Oudsbergen. De gemeente wil de komende jaren blijven investeren in veilige verplaatsingen voor iedereen. 

“Je goed voelen in een gemeente heeft ook veel te maken met veiligheid,” zegt Jo. “En dan zeker met veilig verkeer, of je nu voetganger, fietser of automobilist bent.” 
Oudsbergen wil daarbij niet kiezen voor losse ingrepen, maar voor een doordachte aanpak vanuit een mobiliteitsplan. “We willen samen met bewoners bekijken hoe we infrastructuur nog veiliger en logischer kunnen inrichten.” 
Concreet staan een reeks projecten op stapel. Zo wordt onder meer werk gemaakt van veilige fietsverbindingen langs de Weg naar Opitter, de Weg naar Rotem en aan de Leemkuilstraat. Ook op andere plaatsen, zoals Gruitrode-centrum, wil de gemeente veilige verbindingen versterken. 
Daarnaast wordt er verder gewerkt aan de herinrichting van dorpskernen, met extra aandacht voor zwakke weggebruikers. “De publieke ruimte moet duidelijk en veilig zijn, zodat iedereen er zijn plaats vindt.” 
Verkeersveiligheid draait volgens Jo Seutens niet alleen om infrastructuur, maar ook om handhaving en sensibilisering. Zo wil de gemeente een verplaatsbare lidarcamera inzetten op plaatsen waar overdreven snelheid wordt vastgesteld. 
Ook schoolomgevingen blijven een belangrijk aandachtspunt. Oudsbergen wil blijven investeren in veilige schoolroutes, fietsstraten, regenboog- en zebrapaden, en in de ondersteuning van gemachtigde opzichters. “We hebben in onze gemeente een grote groep mensen die zich dagelijks inzetten om kinderen veilig te laten oversteken. Dat engagement willen we absoluut blijven ondersteunen.” 
De insteek is daarbij duidelijk: de openbare ruimte moet ook voor kinderen veilig genoeg zijn. “Als een kind zich zelfstandig en veilig kan verplaatsen, dan geldt dat in feite voor bijna iedereen.”